Wat is en plein air?
En plein air is Frans voor 'in de open lucht' en verwijst naar de praktijk van het schilderen buiten, direct voor het onderwerp, in plaats van in een atelier. Hoewel kunstenaars al eeuwen schetsen maakten in de natuur, werd het volledig afwerken van een schilderij in de buitenlucht pas in de negentiende eeuw een serieuze artistieke praktijk — en het zou de kunstgeschiedenis voorgoed veranderen.
De uitvinding die alles mogelijk maakte
De doorbraak van en plein air was ondenkbaar zonder een bescheiden technische innovatie: de verftube. Tot de jaren 1840 moesten schilders hun verf bewaren in varkensblazen die met een spijker werden dichtgeprikt — onpraktisch, rommelig en ongeschikt voor reizen. De uitvinding van de inklapbare metalen verftube door de Amerikaanse schilder John Goffe Rand in 1841 veranderde alles. Voor het eerst konden schilders hun verf gemakkelijk meenemen naar buiten. Pierre-Auguste Renoir zou later zeggen: "Zonder verftubes zou er geen impressionisme zijn geweest."
De impressionisten en het licht
De impressionisten — Monet, Renoir, Pissarro, Sisley — maakten van en plein air hun credo. Claude Monet ging het verst: hij schilderde hetzelfde onderwerp op verschillende tijdstippen om het veranderende licht vast te leggen. Zijn serie van de kathedraal van Rouen (meer dan dertig versies) en de hooibergen laten zien hoe obsessief hij het vluchtige licht probeerde te vangen. Monet bouwde zelfs een boot om als drijvend atelier op de Seine, zodat hij waterreflecties kon schilderen terwijl ze voor zijn ogen veranderden.
De uitdagingen van buiten schilderen
En plein air schilderen is allesbehalve comfortabel. Het licht verandert voortdurend, wolken schuiven voor de zon, de wind blaast tegen het doek, insecten plakken in de natte verf, en nieuwsgierige toeschouwers verstoren de concentratie. Monet klaagde regelmatig in brieven over het weer dat zijn plannen dwarsboomde. Van Gogh schilderde in de verzengende Provençaalse zon en moest zijn ezel met touwen vastzetten tegen de mistral.
"De zon schijnt en nodigt uit om naar buiten te gaan en te schilderen, en dat doe ik dan ook."— Claude Monet
De impact op de kunst
En plein air dwong schilders tot een snellere, lossere manier van werken. Er was geen tijd voor uitgewerkte ondertekeningen of zorgvuldig opgebouwde glacislagen — het licht wachtte niet. Dit leidde tot een vrijere penseelvoering, zuiverder kleuren (direct uit de tube), en een spontaniteit die het academische schilderen niet kende. Het veranderde niet alleen de techniek maar ook het onderwerp: in plaats van mythologische scènes en historische taferelen schilderden de impressionisten het alledaagse — een zonnige middag, een mistig pad, een vrouw met een parasol.
Plein air vandaag
En plein air beleeft een renaissance. Wereldwijd worden plein air-festivals georganiseerd waar schilders in een paar uur een werk voltooien, vaak met het publiek als toeschouwer. De beweging heeft een sterke gemeenschap, aangedreven door social media waar schilders hun buitenwerk delen. De kern blijft onveranderd sinds Monet: het directe contact met het onderwerp, het spel van het licht, en de opwinding van het vastleggen van een moment dat nooit meer terugkeert.