Wat is temperaverf?
Temperaverf is een van de oudste verfsoorten in de westerse kunstgeschiedenis. Het woord komt van het Latijnse temperare, dat 'mengen' betekent. Bij tempera worden droge pigmenten gebonden met een emulsie — traditioneel eidooier, soms gemengd met water en een druppel azijn. Het resultaat is een sneldrogende verf met een karakteristieke matte, fluwelige afwerking die eeuwenlang haar kleurintensiteit behoudt.
Het tijdperk van de tempera
Van de middeleeuwen tot het begin van de vijftiende eeuw was eitempera het dominante medium in de Europese paneelschilderkunst. Vrijwel alle beroemde altaarstukken, iconen en panelen uit deze periode — van Giotto's frescocycli tot de verfijnde Madonna's van Duccio — werden uitgevoerd in tempera. Het medium dicteerde de werkwijze: omdat tempera snel droogt, moesten schilders werken met kleine, precieze penseelstreken en konden ze kleuren niet nat-in-nat mengen op het doek.
Het recept
Het bereiden van eitempera is een ambachtelijk ritueel. De schilder scheidt de dooier van het eiwit, rolt de dooier voorzichtig over zijn handpalm om het vliesje te verwijderen, en prikt het dan door boven een schaaltje. De pure dooier wordt gemengd met een gelijke hoeveelheid water en eventueel een druppel azijn tegen bederf. Dit mengsel wordt op een glazen plaat of marmeren steen gemengd met fijngemalen pigment. Het resultaat is een romige verf die binnen minuten droogt.
De overstap naar olieverf
In de vijftiende eeuw begon de olieverf — geperfectioneerd door Jan van Eyck en de Vlaamse meesters — de tempera geleidelijk te verdringen. Olieverf bood voordelen die tempera niet kon evenaren: langzamere droogtijd voor subtielere overgangen, de mogelijkheid tot transparante glacislagen, en een rijkere, diepere kleurweergave. Toch verdween tempera nooit helemaal. Veel schilders gebruikten een combinatie: een onderlaag in tempera voor de snelheid, afgewerkt met olieverf glacislagen voor de diepte.
"Met tempera schilderen is als schrijven met een ganzenveer — het dwingt je tot precisie en intentie bij elke streek."— Andrew Wyeth
Tempera in de twintigste eeuw
De Amerikaanse kunstenaar Andrew Wyeth bracht tempera terug in de belangstelling met werken als Christina's World (1948). Wyeth waardeerde de matte, droge kwaliteit van tempera, die een gevoel van kilte en eenzaamheid versterkte dat perfect paste bij zijn onderwerpen. Vandaag de dag herontdekken steeds meer kunstenaars de unieke kwaliteiten van eitempera. De levendige, onvervaagde kleuren van middeleeuwse temperawerken — die na zeshonderd jaar nog steeds stralen — zijn het beste bewijs van de duurzaamheid van dit oeroude medium.