Het bombardement
Op 26 april 1937 bombardeerden Duitse en Italiaanse vliegtuigen, op verzoek van de Spaanse nationalist Franco, het Baskische stadje Guernica. Het was marktdag. Honderden burgers kwamen om. Het nieuws bereikte Pablo Picasso in Parijs, waar hij werkte aan een opdracht voor het Spaanse paviljoen op de Wereldtentoonstelling. Hij verwierp zijn oorspronkelijke plannen en begon onmiddellijk aan wat het krachtigste anti-oorlogsschilderij uit de geschiedenis zou worden.
Zwart, wit en grijs
Guernica is opzettelijk geschilderd in zwart, wit en grijstinten. Picasso wilde de kille objectiviteit van krantenreportages en nieuwsfoto's oproepen — het was immers via de pers dat hij over het bombardement had gehoord. Het ontbreken van kleur versterkt de bruutheid van de voorstelling: verscheurde lichamen, een brullende stier, een paard in doodsnood, een moeder die haar dode kind vasthoudt. Het is 3,49 meter hoog en 7,76 meter breed — de schaal van de verschrikking.
"Heeft u dit gedaan?"
Het beroemdste verhaal rond Guernica speelt zich af tijdens de Duitse bezetting van Parijs. Een Gestapo-officier zou Picasso's atelier hebben bezocht en een foto van het schilderij hebben gezien. "Heeft u dit gedaan?" vroeg hij. Picasso antwoordde: "Nee. U." Of dit gesprek werkelijk heeft plaatsgevonden is onzeker, maar het vat de essentie van het werk perfect samen: kunst als aanklacht, als spiegel, als wapen.
"Schilderen is niet gemaakt om appartementen te decoreren. Het is een instrument van oorlog."— Pablo Picasso
Ballingschap en terugkeer
Na de Wereldtentoonstelling reisde Guernica de wereld rond als protestkunstwerk. Picasso weigerde het schilderij aan Spanje te geven zolang Franco aan de macht was. Het werk verbleef decennia in het Museum of Modern Art in New York. Pas in 1981, zes jaar na Franco's dood en acht jaar na Picasso's eigen overlijden, keerde Guernica naar Spanje terug. Het hangt nu in het Museo Reina Sofía in Madrid, achter kogelvrij glas — nog steeds een symbool van verzet.