Leonardo vs. Michelangelo
De rivaliteit tussen Leonardo da Vinci en Michelangelo Buonarroti is legendarisch. Leonardo, de oudere en gevestigde meester, was een verfijnde man van de wereld — altijd elegant gekleed, met een voorliefde voor paarden en raadsels. Michelangelo was het tegenovergestelde: chagrijnig, onverzorgd, en bezeten van zijn werk. Hij sliep in zijn kleren en at nauwelijks.
De confrontatie in Florence
In 1504 kregen beide meesters de opdracht om een muurschildering te maken in de Palazzo Vecchio in Florence — tegenover elkaar. Het werd een publiek duel. Leonardo koos de Slag bij Anghiari, Michelangelo de Slag bij Cascina. Heel Florence keek toe. Geen van beide schilderijen werd ooit voltooid, maar de studies die overbleven beïnvloedden generaties kunstenaars.
Bittere woorden
De vijandschap was persoonlijk. Toen Leonardo op een dag in Florence met vrienden wandelde, riep een groep mensen hem toe om een passage van Dante uit te leggen. Leonardo wees naar Michelangelo die toevallig passeerde: "Hij zal het jullie uitleggen." Michelangelo, die dacht dat hij werd bespot, ontplofte: "Leg het zelf uit, jij die een paard in brons ontwierp dat je nooit kon gieten!"
"Ik ben geen schilder."— Michelangelo, ondanks het schilderen van de Sixtijnse Kapel
De winnaar?
Wie de strijd won, is een vraag die kunsthistorici al vijf eeuwen bezighoudt. Leonardo was de universele geest, Michelangelo de ongeëvenaarde beeldhouwer. Misschien is het mooiste antwoord dat hun rivaliteit hen beiden tot grotere hoogten dreef. Zonder de ander was geen van beiden dezelfde kunstenaar geweest.
Raphael: de derde man
In de schaduw van deze titanenstrijd groeide een jongere kunstenaar op die van beiden leerde: Raphael. Hij observeerde Leonardo's sfumato en Michelangelo's anatomische kracht, en smeedde ze samen tot een eigen stijl die misschien wel toegankelijker was dan beide. Michelangelo beschuldigde Raphael ervan zijn ideeën te stelen nadat de jongere schilder stiekem de Sixtijnse Kapel had bekeken. "Alles wat hij weet over kunst, heeft hij van mij geleerd," snauwde Michelangelo. Raphael antwoordde met zijn kunst — en werd de bestbetaalde schilder van Rome.
Rivaliteit als motor
De rivaliteiten van de Renaissance waren niet uniek. In de 19e eeuw streden Monet en Renoir zij aan zij om het impressionisme te definiëren. Matisse en Picasso daagden elkaar decennialang uit — in wat Picasso zelf een "schaakspel" noemde. En in de 20e eeuw beconcurreerden Pollock en De Kooning elkaar om de kroon van het abstract expressionisme. Het patroon is steeds hetzelfde: twee grote ego's die elkaar opjagen naar ongekende hoogten. De kunstgeschiedenis is niet alleen een verhaal van individuele genialiteit, maar ook van creatieve wrijving die vonken laat vliegen.