Elke lelie heeft een betekenis
Voor de moderne kijker is een schilderij van een vaas met bloemen gewoon dat: bloemen. Maar voor een zeventiende-eeuwse toeschouwer was elk element een symbool met een precieze betekenis. Een verwelkte tulp stond voor vergankelijkheid, een witte lelie voor maagdelijkheid, een vlinder voor de onsterfelijke ziel, een vlieg voor verval. Een stilleven was geen decoratie — het was een filosofisch traktaat in verf.
Vanitas: de kunst van de dood
Het vanitasstilleven is misschien wel het meest symbolisch beladen genre in de westerse kunst. Een schedel (de onvermijdelijkheid van de dood), een uitgedoofde kaars (het einde van het leven), een omgevallen wijnglas (verloren genot), verwelkte bloemen (vergankelijke schoonheid), een horloge of zandloper (de onverbiddelijke tijd). Alles in het schilderij schreeuwt dezelfde boodschap: memento mori — gedenk dat je sterfelijk bent.
De spiegel van Van Eyck
In Jan van Eycks Het Arnolfini-portret (1434) hangt op de achterwand een bolle spiegel waarin de hele kamer wordt weerspiegeld — inclusief twee kleine figuren in de deuropening, mogelijk de kunstenaar zelf. Boven de spiegel staat in sierlijke letters: Johannes de Eyck fuit hic — Jan van Eyck was hier. De spiegel is symbool (zuiverheid, alziendheid), signatuur en virtuoos staaltje schildertechniek tegelijk.
"Een symbool is een brug tussen het zichtbare en het onzichtbare."— René Guénon
Verloren kennis
Veel van de symbolische taal in oude schilderijen is voor ons verloren gegaan. We weten niet meer dat een hond trouw symboliseert, dat een kat wellust vertegenwoordigt, of dat een luit met een gebroken snaar onharmonie en vergankelijkheid uitdrukt. Dit verlies aan symbolische geletterdheid betekent dat we veel oude meesterwerken slechts gedeeltelijk 'lezen'. Het is alsof we een gedicht bewonderen in een taal die we maar half begrijpen — de schoonheid raakt ons, maar de volle betekenis ontglipt ons.